Veiligheid

Veilig vervoer van kinderen … houd je aan de regels!!

Bron: ANWB

Regelmatig worden binnen het jeugd- en jongerenwerk kindern met auto’s of bussen vervoerd. Daarom is het goed te weten wat de regels voor het vervoeren van kinderen zijn.In de Wegenverkeerswet staat nadrukkelijk beschreven dat je onder alle omstandigheden geen ander verkeer in gevaar mag brengen. Dat geldt ook voor de inzittenden in de eigen auto. De basisregel is dat alle kinderen kleiner dan 1.35 meter zowel voorin als achterin een geschikt en goedgekeurd kinderzitje of zittingverhoger moeten gebruiken. Kinderen vanaf 1.35 meter en volwassenen moeten gebruik maken van de veiligheidsgordel. De voorschriften voor het gebruik van autogordels en kinderbeveiligingssystemen worden hieronder weergegeven.

VOOR IN DE AUTO

1. Als er gordels aanwezig zijn:
- Kinderen van ten minste 1.35 meter en volwassenen:
Verplicht gebruik van de beschikbare gordel
- Kinderen kleiner dan 1.35 meter:
Verplicht gebruik van een geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem.
2. Als er voorin geen gordels aanwezig zijn:
- Kinderen van ten minste 1.35 meter:
Er hoeft geen gordel gedragen te worden.
- Kinderen korten dan 1.35 meter:
Mogen niet voorin worden vervoerd.

ACHTER IN DE AUTO

1. Als er gordels aanwezig zijn:
- Kinderen van ten minste 1.35 meter en volwassenen:
Verplicht gebruik van de beschikbare gordel
- Kinderen kleiner dan 1.35 meter:
Verplicht gebruik van een geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem.

Opmerking 1:
Er mogen nooit meer passagiers worden vervoerd dan het aantal beschikbare autogordels.    

Uitzondering 1:
Kinderen van 3 jaar en ouder mogen een autogordel gebruiken in plaats van een kinderbeveiligingssysteem     als er op de betreffende zitbank al twee kinderzitjes zijn aangebracht en in gebruik zijn, en er geen plaats meer is voor een derde zitje.

Uitzondering 2:
Kinderen vanaf 3 jaar mogen de autogordel gebruiken bij vervoer door een ander persoon dan de eigen (pleeg)ouder in incidentele gevallen, waarin redelijkerwijze niet verwacht kan worden dat de bestuurder een kinderbeveiligingssysteem bij zich heeft. Het dient hierbij om vervoer over beperkte afstand te gaan, zoals bijvoorbeeld vervoer van een sportteam naar een uitwedstrijd.
Het begrip incidenteel moet letterlijk worden genomen. Van incidenteel vervoer is geen sprake meer als bijvoorbeeld oma elke week de kleinkinderen naar school brengt. Een korte afstand is volgens het Ministerie een afstand van maximaal 50 kilometer. VJL raadt aan bij het vervoer van kinderen kleiner dan 1.35 meter altijd gebruik te maken van geschikte en goedgekeurde kinderbeveiligingssystemen. Deze zijn vaak wel te leen bij ouders/verzorgers. Wellicht bestaat de mogelijkheid om zelf een aantal zitverhogers aan te schaffen.

2. Als er achterin geen gordels aanwezig zijn:
- Volwassenen en kinderen van 3 jaar en ouder:
Zij mogen ‘los’  worden vervoerd.
Volwassenen (18 jaar en ouder) die kleiner zijn dan 1.35 meter hoeven geen gebruik te maken van een  
kinderzitje of een zittingverhoger. Het mag uiteraard wel.
- Kinderen tot 3 jaar:
Zij mogen niet worden vervoerd.

WELK KINDERZITJE VOOR WELK KIND?

Kind groter dan 1.35 meter:
Het kind moet de autogordel gebruiken (voor zover beschikbaar). Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de borst of als het heupgedeelte over de buikloopt (dat is vrijwel altijd het geval als het kinder onderuit gezakt moet zitten om de knieen te kunnen buigen), gebruik dan ook een zittingverhoger.
Kind kleiner dan 1.35 meter:
- Kinderen van onder 13 kg: Baby autostoeltje.
- Kinderen van 9-18 kg: Kinderstoel met vijfpuntsgordel, bedoeld voor kinderen die al zelfstandig kunnen zitten.
- Kinderen van 15-36 kg: Zittingverhoger.
- Kinderen van boven 36 kg: Autogordel, eventueel met zittingverhoger of afzonderlijke gordelgeleider.

Gordel achterlangs:
Het is verboden om het diagonale (schuin lopende) deel van de gordel onder de arm of achter het lichaam langs te leiden. De gordel is niet ontworpen om zo te worden gebruikt en werkt dan ook niet goed. Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, gebruik dan een goedgekeurde zittingverhoger.

IN DE TAXI

In taxi’s waarin geen kinderbeveiligingsmiddel aanwezig is, moeten kinderen tot 1.35 meter achterin. Kinderen vanaf 3 jaar moeten wel gebruik maken van de gordels, voor zover beschikbaar. Kinderen jonger dan 3 jaar mogen los op de achterbank zitten.

IN DE BUS

In de bus hoeven kinderen geen kinderzitje te gebruiken. Kinderen vanaf 3 jaar moeten wel gebruik maken van de gordels, voor zover beschikbaar. Echter, als de bus staanplaatsen heeft of gebruikt wordt voor openbaar vervoer volgens een dienstregeling binnen de bebouwde kom, hoeven de aanwezige gordels niet gebruikt te worden. Als er geen gordels in de bus aanwezig zijn, mogen alle passagiers, zowel volwassenen als kinderen, los worden vervoerd. Kinderen jonger dan 3 jaar mogen zowel in een bus met gordels als in een bus zonder gordels los vervoerd worden.

AIRBAG

Kinderen mogen niet in een naar achteren gericht zitje worden vervoerd opeen plaats met een airbag ervoor, tenzij de airbag is uitgeschakeld (handmatig of automatisch). Het zitje kan door de airbag met kracht naar achteren gestoten worden, met mogelijk ernstig letsel voor het kind als vervolg. Het is bovendien raadzaam om kinderen tot 12 jaar niet bij een airbag te zetten die ingeschakeld is. Kan het niet anders, zet dan de autostoel ze ver mogelijk naar achteren.

LAADRUIMTE VAN AUTO OF AANHANGER

Het is verboden personen te vervoeren in de (open of gesloten) laadruimte van een auto, (bak)bromfiets of brommobiel. Ook vervoer van personen in of op een aanhanger achter een auto of bromfiets mag niet.

ACHTEROP DE FIETS OF SNORFIETS


Kinderen beneden de 8 jaar mogen alleen achterop de fiets vervoerd worden als ze zitten op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor de rug, handen en voeten. Bij een snorfiets is een helm niet verplicht.

ACHTER OP DE BROMFIETS

Ook hier moeten kinderen onder de 8 jaar een doelmatige en veilige zitplaats hebben met voldoende steun voor de rug, handen en voeten. Bovendien moeten passagiers ook een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd. De helm moet zijn voorzien van een goedkeuringsmerk. Vervoer in de laadbak van een (bak)bromfiets of brommobiel mag niet.

NOG ENKELE TIPS…

Deze regels garanderen nog geen optimale veiligheid. Daarom nog een aantal tips:
- Leer kinderen aan de kant van de stoep in- en uit de auto te stappen.
- Leer kinderen dat ‘zien’ niet hetzelfde is als ‘gezien worden’ . Dat het kind de auto ziet, betekent niet dat de
bestuurder van de auto het kind kan zien.
- Leer kinderen dat auto’s een remweg hebben en tijd nodig hebben om uit te wijken. Kinderen hebben zelf nog 
nooit een auto bestuurd en hebben vaak geen besef van remweg en van slecht zicht bij slecht weer of achteruit
rijden.

MEER INFORMATIE:
Voor meer info bezoek de volgende sites:

www.anwb.nl > verkeer > veiligheid > kind- en verkeersveiligheid > vervoer van kinderen
www.infopolitie.nl  > verkeer > beveiligingsmiddelen > de nieuwe gordelregels per 01-04-2008